Van der Maarel ArtEco
Marijke van der Maarel-Versluys en dr. Eddy van der Maarel
Tuin en Landschap

 

Geschiedenis

Onze bemoeienissen met tuinen zijn begonnen met de opleiding die Marijke in Boskoop volgde (zie haar CV). Daarna duurde het tot de jaren 1970 voor zij haar vaardigheden en ideeën in de praktijk kon brengen. Allereerst ontwierp zij enige privétuinen in het midden des lands en onze eigen tuin van bijna 2000 m2 bij ons nieuwe huis in Milsbeek. In deze tuin werd een combinatie toegepast van klassieke tuinelementen en natuurlijke elementen.

In 1978 ontwikkelde Marijke samen met tuinarchitecte Wietske Jörg een terrein van 8 ha aan de oostkant van Malden bij Nijmegen als heemtuin, een tuin waarin de voornaamste landschapstypen uit de omgeving worden aangelegd en beheerd en waar een educatief programma voor schoolkinderen uit de omgeving wordt aangeboden. Heemtuinen staan of vallen met de inzet van vrijwilligers. De Heemtuin Malden heeft vanaf het begin goed gefunctioneerd en is nog steeds een pronkstuk van de gemeente (App. 1). Tijdens onze Zweedse jaren hebben we veel tuinen bezocht. Ook heeft Marijke een voordracht gehouden over heemtuinen aan de Landbouwuniversiteit, afd. Alnarp in Zuid-Zweden.

Actuele situatie

Terug in Nederland, in 2000, kwamen we terecht in Noordwolde, Fr. Ons huis maakt deel uit van een wijkje met 35 villa’s en een appartementengebouw, De Stelling. De ontwikkeling van dit project (door Bureau Oranjewoud) werd door de gemeente toegestaan onder voorwaarde dat een natuurterrein en een bosgordel in de achtertuinen van de villa’s werd ontwikkeld. Dit om visuele verstoring van het landelijk gebied te voorkomen. Met het, vrij toegankelijke, natuurontwikkelingsgebied zou een positieve bijdrage tot landschap en biodiversiteit geleverd worden. Dit werd gerealiseerd doordat in het middenterrein de landbouwzode van ca. 50 cm werd verwijderd en enig reliëf werd aangebracht. De vrijgekomen grond werd op het oppervlak van de toekomstige achtertuinen gestort. Hier werden in opdracht van Staatsbosbeheer in 2000 Ruwe berk, Zomereik, Beuk, Lijsterbes en Eenstijlige meidoorn geplant. We ontwikkelden er een bostuin. De drainage was echter slecht (App. 2) en na de vele regen in 2001 was het terrein vrijwel onbegaanbaar. Via zelf gegraven greppels werd de waterafvoer afdoende verbeterd. Ook zijn balen turf en eikenloof uit de omgeving ingebracht en plaatselijk veel kalk (‘kippengrit’). Het sortiment werd door ons met 15 andere soorten aangevuld. Sinds 2009 kunnen we van een echt bos met gesloten kroondek spreken (Figs. 2.2-2.4). Wij streven naar een half-natuurlijk bos met een rijke ondergroei van wilde bosplanten en ca. 30 stinsenplanten (zie o.a. OPU-003, 007), in totaal ca. 250 soorten, waaronder verscheidene zeldzame en bedreigde Rode Lijst soorten. Volgens het beheersplan van Staatsbosbeheer moet het bos worden gedund tot per 100 m2 één volwassen boom overblijft. Dan zou echter de visuele schermwerking verdwijnen. Wij zijn daarom begonnen met op afwisseling gericht beheer. Naast het bos van ca. 750 m2 hebben we een rotstuin, struweel, hooiland en moeras ontwikkeld.

Ook hebben we een meer formele tuin om het huis (App. 3) met hagen, poortjes, pergola’s, op kleur gesorteerde borders, een vijver, een overgangszone naar het bos en veel rozen. Ook deze compartimenten zijn rijk aan soorten, en aan cultivars. Al met al hebben we ca. 700 ‘soorten’ in de tuin. Bij de opzet en invulling van deze compartimenten maken we graag gebruik van de ervaringen opgedaan tijdens onze tuinreizen van Garden Tours sinds 2004 en privébezoeken sinds de jaren 1970. Over de impressies van meer dan 100 toptuinen zouden we wel een boek kunnen schrijven.

Dank zij de structuurvariatie in de tuin, een speciale ondiepe vogelvijver, en de voedering, zijn ca. 30 soorten vaste gast, waaronder de Grote bonte specht, Europese goudvink, Braamsluiper en Boomklever. Ruim 20 soorten broeden in of vlakbij de tuin. Sinds 2001 zijn tot en met 2012 64 soorten in de tuin waargenomen en 94 in en vanuit de tuin. In 2014 waren deze getallen opgelopen tot 67 rerspectievelijk 96. Zie verder o.a. Natuurtuinen.

De tuin lijdt bijna elk jaar wel van hetzij een strenge vorst, zoals in februari 2012, toen de meeste rozen en enkele andere struiken zijn bevroren, hetzij overvloedige regen zoals in het voorjaar en nazomer van 2014. De rugosa rozen zijn vervangen en aangeslagen. De Elaeagnus op foto 3.7 (App. 3) rechts van de bloeiende Bruine vlier is een van de dode struiken, die met veel moeite is verwijderd.

Plannen

In de eerste plaats gaan we door met het beheer van onze eigen tuin. Ook geven we advies over de inrichting en het beheer van half-natuurlijke tuinen. Verder zijn we geïnteresseerd in de betekenis van deze tuinen, vooral die in het landelijk gebied, als aanvullende ‘halfnatuur’ voor de handhaving van de diversiteit, in het bijzonder van hogere planten en vogels. Verscheidene veranderingen zijn gepland voor 2017. Vanwege voortdurende wateroverlast in twee borders zullen die een aangepaste beplanting krijgen. Verschillende rozen hebben eveneens wateroverlast. Zij worden verplaatst naar een droog gedeelte, waar een rozenhaag ontstaat.

 

Tuin en Landschap   Appendix 1:  De heemtuin Malden

Tuin en Landschap   Appendix 2:  Ontwikkeling van onze bostuin

Tuin en Landschap   Appendix 3:  Onze bordertuin om het huis


UA-76357729-1