Van der Maarel ArtEco
Marijke van der Maarel-Versluys en dr. Eddy van der Maarel
Ecologie

 

Geschiedenis; zie ook de vier appendices

1950-

Onze bemoeienissen met de ecologie gaan terug tot onze jaren in de NJN. Hier leerden we onder meer  Victor Westhoff kennen (zie ‘Natuurbehoud’). Eddy studeerde biologie in Amsterdam en Marijke in Leiden. Drie andere voor ons belangrijke biologen waren J. Heimans, Kuenen en Van Leeuwen (App. 1, Figs. 1.1-1.3).

Het onderzoek begon met de vegetatiekartering van de duinen bij Oostvoorne (zie ‘Natuurbehoud’), uitgevoerd vanuit het Biologisch Station Weevers’Duin (Fig. 1.4) Hieruit is veel onderzoek voortgekomen, vanuit Utrecht (-1964), Groningen (-1968), met het veldstation De Herdershut (Fig. 1.5) als basis, en Nijmegen (1968-1980) op de afdeling Geobotanie (Fig. 1.7), waar Eddy o.m. veel studenten heeft begeleid en symposia georganiseerd (Fig.1.8). Het onderzoek ontwikkelde zich verder in twee richtingen: (1) classificatie en ordinatie, gestimuleerd door Westhoff, en (2) kenmerken van divergente versus convergente grenzen volgens de theorie van Van Leeuwen. Deze theorie was in de jaren 1960 ontwikkeld op het toenmalige RIVON, het Rijksinsituut voor Veldbiologisch Onderzoek ten behoeve van het Natuurbehoud. Het proefschrift van Eddy (NPU-018; Fig. 1.6) ging over beide onderwerpen (Fig. 1.9). Voor classificatie en ordinatie van vegetatie-analysen werden methoden aan de literatuur ontleend en ook nieuw ontwikkeld. Deze twee benaderingen werden geïntegreerd, zoals in Fig. 1.10. Deze integratie trok de aandacht van Robert H. Whittaker (Cornell University), een van de belangrijkste ecologen van zijn tijd (App. 2, Fig. 2.1). Dit leidde onder meer tot een hoofdstuk in het standaardwerk van Whittaker (IPU-020, 2e druk IPU-031). Uit dit boek stamt Fig. 2.2. Andere publicaties uit de jaren 1970 zijn o.m. IPU-019, 025, 030 en 038. Een veel gebruikte studie ging over een quasi-logaritmische transformatie van de Braun-Blanquet schaal voor abundantie/bedekkingsgraad van plantensoorten (Fig. 2.3). Een andere bewerking, nauwelijks gebruikt, maar naar ons idee veel belangrijker, is shown in Fig. 2.4: de invoer van soortswaarden in multivariate berekeningen moeten worden gerelateerd aan het optimum voorkomen. Fig. 2.5 toont gegevens over de ‘florastatistiek’, die ook in Natuurbehoud ter sprake kwam (IPU-015).

Wat betreft het onderzoek van grenzen noemen we hier alleen het verband tussen diversiteit en milieugradiënten (Fig. 2.6) (IPU-011), en onderzoek aan eilandbiogeografie (Fig. 2.7). Zie verder IPU-142. Een derde in de jaren 1970 ontstane ontwikkeling betreft vegetatiesuccessie. Het voornaamste feit hier was de herhaling van de vegetatiekartering van 1959 en de hierop gebaseerde resultaten. Zie daarover Figs. 2.8, 2.9.

Na de beschrijving van het Globaal Ecologisch Model in App. 2 van de rubriek Natuurbehoud past hier een illustratie van het feit dat dit model weliswaar niet verder is uitgewerkt door de Rijksplanologische Dienst, die de opdracht had verstrekt, maar door de jaren heen gebruikt is. Fig. 2.10 geeft een text en enkele figuren afkomstig van een recente website <http://www.hkamphuis.nl/index.php?page=globaal-ecologisch-model>.

Aldus was deze periode, vooral de 13 jaren op de afd. Geobotanie, zeer vruchtbaar. Zo kwamen er 14 hoogleraren uit voort. Ook sociaal-cultureel was het een geweldige tijd, met vele ontvangsten en muziekavonden.

1980-

Eddy werd in 1980 benoemd tot hoogleraar ‘ecologische botanie’ aan de Universiteit van Uppsala (App. 3, Figs. 3.1, 3.2). Hij volgde Hugo Sjörs op (Fig. 3.3). Hij begon in 1981 en hield in maart 1982 zijn oratie (Fig. 3.4). Mede door de ruime financiële steun van universiteit en overheid werd het instituut zeer internationaal en konden veel doctorandi en medewerkers worden aangetrokken. Van hen zijn 20 hoogleraar geworden. Ook het sociale leven was intensief en uitbundig (Fig. 3.5), mede door de inzet van Marijke. Met inbegrip van de deelnemers aan 3 grote symposia (App. 4, Fig. 4.1) en de vele internationale cursussen voor promovendi (Fig. 4.2) hebben we meer dan 1000 gasten gehad. De breedte van het onderzoek was groot: ecologie van de Oostzee, lichenologie, natuurontwikkeling, vegetatie van de Azoren, hoogvenen, bossen en graslanden, beheersonderzoek, successieonderzoek (zie IPU-151). Er was dan ook niet zo veel tijd voor eigen onderzoek. Eddy, meestal samen met Marijke, heeft zich eerst met bosdynamiek bezig gehouden. Samen met Håkan Hytteborn werd een groot project opgezet (Fig. 3.6). Later, met het ecologisch veldstation van de Universiteit als basis (Fig. 3.7), werd het onderzoek naar diversiteit van graslanden opgebouwd. Figs. 3.8-12 tonen enkele resultaten. Zie ook IPU-112, 153. In 1992 hield Eddy een lezing in Groningen, op zijn oude afdeling. Dit leidde tot een gasthoogleraarschap, met Jelte van Andel als ideale gastheer (Figs. 4.5, 4.6).

In 1999 kwam een einde aan de fantastische periode in Uppsala, die wetenschappelijk werd afgesloten met een boek getiteld Swedish Plant Geography dat aan Eddy werd opgedragen (Fig. 4.7, IPU-151). Activiteiten in Groningen werden echter voortgezet, zoals ook hieronder blijkt.

 2000-

Na onze terugkeer in Nederland namen de activiteiten langzamerhand om deels door andere activiteiten te worden vervangen, voor Marijke met name opbouw en beheer van de grote tuin (zie rubriek tuin/landschap) en het creëren van weefwerken (rubriek Weefkunst), voor Eddy eveneens de tuin verder méér muziek (rubriek Muziek) en etymologie (rubriek Taal). Een reeks boeken kwam tot stand (zie rubriek publicaties). Eerst heeft het boek over de geschiedenis van het duinonderzoek (IPU-179), verschenen bij de KNNV Uitgeverij, Eddy enkele jaren actief bezig gehouden. Daarna kwam het leerboek Vegetation Ecology (Fig. 4.9) met een 2e druk, die samen met Janet Franklin (Tempe, AZ) werd samengesteld. (Fig. 4.10, 4.11 in App. 4)Ook ging Eddy door met de begeleiding van jongeren (bv. Fig. 4.8).

Actueel: Eddy houdt zich nog bezig met kleinere projecten waaruit nog steeds nu en dan publicaties voortkomen.

Ook neemt hij nu en dan deel aan academische evenementen zoals oraties van nieuwbenoemde hoogleraren. Een bijzondere gebeurtenis was de promotie van een Ethiopische student aan de universiteit van Groningen. Daarover meer in App. 4.

Deelname aan het IAVS symposium van 2015

Een recente grote gebeurtenis was de deelname van Marijke en Eddy aan het symposium van IAVS, de International Association for Vegetation Science in Brno, Tsjechië. Dit werd gehouden in de zomer van 2015 en georganiseerd vanuit de Masaryk University in Brno.

Wij waren hier eregasten omdat Eddy werd gehuldigd voor zijn langdurige activiteiten voor de Associatie. Hij was lange jaren vice-voorzitter en mede-oprichter en langdurig mede-redacteur van de twee tijdschriften Journal of Vegetation Science and Applied Vegetation Science. Normaal gesproken zou hij tot erelid zijn benoemd, maar dat was hij al. Dit was dus een extra feest. Allereerst werd hij uitgenodigd een keynote talk te houden over diversiteit. Deze lezing werd bewerkt tot een publicatie in de Journal of Vegetation Science (zie publicaties). Vervolgens mocht hij het symposium afsluiten met een kort pianorecital waarin de nadruk viel op enkele composities van de Tsjechische componist Leoš Janáček. Hij werd geboren in Moravia en werkte meestentijds in Brno, de hoofdstad van de regio. Hij is de meest geliefde componist in dit deel van Tsjechië. Eddy maakte gewag, vooral voor de vele Tsjechische deelnemers van de tragische verdwijning tijdens onderzoek in de NW Himalaya van Leoš Klimeš, die Eddy eens vertelde dat hij naar de componist was vernoemd. Het applaus na het recital was lang en emotioneel.

Het symposium was prefect georganiseerd en van hoog wetenschappelijk gehalte en bovendien was de stemming goed tot uitbundig. Dit uitte zich onder meer in het volksdansen dat wel vaker op het programma staat. In App. 4 zijn enkele foto's van het symposium opgenomen (Figs. 4.12-4.16).

Op de heenweg naar Brno hadden we gelegenheid een uitnodiging van prof. Helge Bruelheide en dr. Ute Jandt aan  te nemen om deel te nemen aan een kort maar interessant symposium ter gelegenheid van het het 25-jarig jubileum van prof. Ernst-Gerhard Mahn als professor aan het botanisch instituut van de Universiteit van Halle an der Saale. Dat betekende een vreugdvol weerzien met hem, nadat wij elkaar tijdens een ander symposium van de IAVS in 1986 onder voor hem benarde omstandigheden in de DDR periode hadden leren kennen. Nadien hebben wij hem op verschillende manieren geholpen en ook nog een keer kort gezien. Hij moest echter tot na de Wende wachten op zijn benoeming tot hoogleraar.

 

Ecologie   Appendix 1:  1960-

Ecologie   Appendix 2:  1970-

Ecologie   Appendix 3:  1980-

Ecologie   Appendix 4:  1990-


UA-76357729-1